Hoi,
wij zijn een tweeling, een jongen en een meisje, februari 2003 geboren. We noemen ons Boy (B.)
Als je het chronologisch wilt volgen, moet je eerst het onderste bericht lezen en dan naar boven scrollen......
| ma | di | wo | do | vr | za | zo |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | ||
| 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 |
| 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 |
| 27 | 28 | 29 | 30 | 31 |
Even een inhaalslag. Want er is veel gebeurd op gebied van de taalontwikkeling.
Op 15 februari jl was het dan zover. Het eerste 2-woord-zinnetje van B. Nou ja, zinnetje....
Hij zag bij de achterburen een man op het dak. En kwam ons dat vertellen: 'man - dak'. Wat kan zo'n zinnetje toch een indruk achterlaten!!
G. is erg gespitst op zinnetjes met 'jongen'. Want daartegenover moet altijd 'meisje' staan. Toen ik dan ook eens tegen haar zei: 'Tjonge, jonge, wat heb je dat goed gedaan', corrigeerde ze me direct: 'Meisje!'.
En zo is het dan ook gebeurd dat ik B. 'jongeman' noemde. En daarachteraan G. dus 'jongevrouw'. Daar moest even over nagedacht worden. Maar al snel klonk het: 'meisje-vrouw'. En krijg het maar eens aan haar verstand gebracht dat dat niet klopt. We hebben het geprobeerd met 'oude -vrouw, jonge-vrouw', maar dat wordt door haar herhaald met: 'oude-vrouw, mEIsje-vrouw'.
Op het slabbetje staat een lieve-heers-beestje. En als je klein bent is dat een moeilijk woord. En daarom hebben we het lang goedgevonden als ze ons vertelde dat het een 'aardbei' was. En als ik er als kind naar kijk, dan kan ik begrijpen dat ze het op een aardbei vinden lijken. Maar ze worden wat 'ouder' en daarom hebben we hen verteld dat er eigenlijk een 'lieve-heers-beestje' op staat. Net als bij oudere mensen raken kinderen niet snel overtuigd en moet er naar een compromis gezocht worden. En die hebben ze gevonden. Het is een 'aard-beestje' geworden!
Maar wat moet het nou, als er ook lieve-heers-beestjes in de tuin komen? Opa, uit Zeeland, heeft een oplossing: het zijn, op z'n Zeeuws, 'pim-pam-poentjes'! En dat is gelijk geaccepteerd.
De laatste tijd is 'pluisje'een favoriet woord van B. Hij ziet overal pluisjes liggen en het is hem moeilijk uit te leggen dat niet alle kleine dingetjes pluisjes zijn. Zo is bij hem ook een (brood)kruimeltje een 'pluisje', een (papier)snippertje is ook een 'pluisje'. Zelfs een klein draadje wol wordt naar me toegebracht met de mededeling 'pluisje'.
En wat een verrassing was dat van de week. Het sneeuwde! Toch iets bijzonders in zijn jonge leven. Maar wat viel daar uit de lucht? Inderdaad: 'Pluisje'. En ik vond het best aardig bedacht!
Het leren van woordjes is een interessante bezigheid.
En er valt ons wel wat op. Soms noemen ze dingen precies hetzelfde, maar allebei precies fout. Hoevaak je ook het goede woord zegt, ze blijven beide het verkeerde woord gebruiken. Voorbeeld: 'pindakaas' noemen ze allebei: 'mieniemie'.
Andere 'etenswaren' weten ze best goed te benoemen. Zo zeggen ze beiden vrij duidelijk 'appelstroop', en betekend 'aardbei' dat ze jam op brood willen. Favoriet is 'pasta' (chocladepasta) en 'pastei' (leverpastei), vaak in 1 adem genoemd. De woorden lijken ook zo op elkaar! En natuurlijk lusten ze allebei graag een plakje 'kaas' of 'worst'.
Het eerste serieuze woordje wat mij bij is gebleven, was eens aan het einde van de avondmaaltijd. De warme hap was binnen en B. wees de hele tijd naar de keuken en zei iets van 'toete-toete'. En opeens begreep ik het: 'Toetje!' zei ik. Je had hem moeten zien glunderen! En sindsdien is het een vast ritueel. Als de warme hap naar binnen is gegaan, vragen we: 'En wat gaan we nu doen?' 'Toetje!' klinkt het dan in koor.
Elise is op bezoek. B. en G. komen net uit bed. Van te voren was al geoefend, zodat ze haar naam konden zeggen. Nou ja, de klank nabootsen bedoel ik.
Papa: wie is dat? Wie is er op bezoek?
B:......
G:......
Papa: Ben je nu opeens verlegen?
Mama: Elise, zal ik je het huis even laten zien? Dan blijft papa wel bij B. en G.
Mama en Elise gaan naar boven en zijn net weg:
B: (wijst naar de plaats waar Elise heeft gezeten) ..'se!
G: 'lise.
B. en G. beginnen zelf al aardig te praten. Dat wil zeggen: 1-woord zinnen. En dan is het niet meer nodig om te 'verzinnen' wat ze in een bepaalde situatie zeggen. We gaan het dus nu anders aanpakken. Het worden reallife conversaties. Niet altijd even leuk, maar voor mij leuk genoeg om te weer te geven om zo toch iets te 'onthouden' wat er is gebeurd.
G.: Tante T. is op bezoek geweest. Leuk hoor.
B.: Tante T. is net zo oud als oma, ongeveer. Dus eigenlijk ook een beetje een oma.
G.: En ze ging op de voorleesbank zitten, dus hebben we haar een boekje gegeven om voor te lezen. Vond ze erg leuk.
B.: En ze liet een plaatje zien van een man met een snor. Toen zei papa: Wie heeft er ook een snor?
G.: En gelijk daarna zei mama: Heeft papa ook een snor?
B.: Maar ze was te laat met de tweede vraag, want we wezen al naar de snor van tante T.
G.: Dat vond tante T. volgens mij niet echt leuk, want ze werd een beetje rood.
B.: Maar ze moest ook wel een beetje lachen. Al leek het wel alsof ze kiespijn had.
B.: Papa zegt dat het de laatste tijd zo naar tosti ruikt in huis.
G.: Het ruikt inderdaad wat naar gesmolten kaas.
B.: Ja dat is lekker he, kaas.
G.: We krijgen altijd een plakje kaas 's morgens, als mama haar brood klaar maakt.
B.: Mmm, lekker!
G.: En dan smeren we ook een beetje kaas aan de verwarming. Dan wordt het helemaal zacht.
B.: Ja, dat is lachen! En dat plakt ook leuk.
G.: En het ruikt ook een beetje naar tosti! Hihihi!
G.: He, wat is er met jou!
B.: Huuhu....
G.: Wat is er met je?
B.: Huhuuu..
G.: Je ligt maar een beetje op de bank, mama en papa laten je gewoon liggen, wat is er toch!
B.: Huuh...
G.: Wat 'huuh', ik begrijp het niet.
B.: Huuuhhuh..
G.: Nou je krijgt wel veel aandacht! Ik geloof dat ik ook maar zo zielig ga doen!
B.: Huuuhuh..
G.: mama, huuhuh....
G.: Er zijn tot vandaag 100 reacties gekomen op de poll.
B.: Poll?
G.: Nou ja, dat onderzoek op deze weblog, waarin gesteld wordt: 'een tweelingbaby lijkt mij leuker/ is leuker dan een eenlingbaby'.
B.; Nu weet ik wat je bedoelt. En wat is het resultaat?
G.: de meesten zijn het met de stelling eens. 56% zegt ronduit 'ja', en dan zegt nog eens 28% dat het niets uit maakt: '1 baby is leuk, een tweeling is ook leuk'.
B.: Dat is een mooie uitslag! Maar is het onderzoek wel representattes?
G.: Heb je weer in de Dikke van Dale zitten lezen? Wat een moeilijk woord. Maar ik denk niet dat het representattes is, want ik denk dat vooral tweelingen en ouders van een tweeling deze web-log lezen.
B.: Dan is het resultaat helemaal geweldig. Want dan wil het zeggen dat tweelingouders hun eigen tweeling geweldig leuk vinden!
G.: En dat vinden wij GOED NIEUWS!
B.: Papa heeft een nieuwe bijbel gekocht.
G.: Alweer een nieuwe bijbel? We hebben er al zo veel.
B.: Jawel, maar dit is een nieuwe vertaling!
G.: Waar is dat nou weer goed voor! We hebben al ..tig vertalingen. Een Statenvertaling, een NBG vertaling uit 1951, Willibrordbijbel, Groot Nieuws, Het Boek, Het verhaal gaat.... En nu weer een Nieuwe?
B.: Ja hee, je moet het niet aan mij vragen! Ik heb er geen verstand van!
G.: Staan hier andere verhalen in dan? Hebben ze er mooie plaatjes bij getekend?
B.: Nee hoor, volgens mij is het verhaal hetzelfde!
G.: Het verhaal is wel mooi hoor: God houdt van ons en Hij zorgt voor ons, altijd!
B.: Dat moet natuurlijk iedereen weten. Misschien dat ze daarom het verhaal steeds in andere woorden vertellen?
G.: Ik kan haast niet wachten tot ik kan lezen. Gelukkig leest papa voor uit de kinderbijbel.
B.: Dat vind ik de leukste vertaling!